Novaka

  • Home
  • Novaka Organisatie Kantoorvakhandel
  • Ledenvoordeel
  • Personeelsregelingen en adviezen
  • Novaka vakopleiding
  • Ondernemerszaken
  • Novaka leveringsvoorwaarden
  • Brancheonderzoeken
  • Productinformatie
  • Demo productinformatie
  • Ledenzoeker
  • Persberichten
  • Agenda
  • Links
  • Contact

Zoeken

  • Home   |  
  • Brancheonderzoeken

Uitkomsten Brancheonderzoek 2006

Uitkomsten Brancheonderzoek 2006

22-05-2008 15:41:01

Belangstellende leden kunnen desgewenst een elektronische versie van het volledige rapport ontvangen.

Inleiding
Novaka heeft in 2006 voor het eerst een brancheonderzoek ingesteld. Dat onderzoek vond plaats onder leden en niet-leden. Doel van het onderzoek was om meer gestructureerd inzicht te krijgen in de samenstelling van de branche en de ontwikkelingen daarin. Op één been kun je niet lopen. Op basis van één onderzoek mogen geen absolute conclusies worden getrokken. Het is dan ook de bedoeling om in de toekomst vaker dergelijk onderzoek te houden.

Welke rechtsvorm heeft uw onderneming?
Een heldere vraag met een te verwachten beoordeling. De B.V. is de vorm die de meeste ondernemingen (42% van de ondernemingen) hanteren. De vennootschap onder firma (vof) is met 35% goede tweede en 20% van de ondernemingen wordt toch altijd nog in de vorm van een eenmanszaak gedreven.
De overige rechtsvormen zijn verwaarloosbaar.

In welke categorie zou u uw onderneming indelen?
Op deze vraag waren meerdere antwoorden mogelijk. Meer dan 60% gaf aan zichezlf in te delen als detailhandel in de kantoorvakhanden dan wel de kantoorboekhandel. Circa 15% kwalificeerde zichzelf als detailhandel met de hobbyartikelen, tabaksartikelen, loterij, tijdschriften en wenskaarten. 36% ziet zich als business-to-business onderneming (B2B) in de kantoorvakhandel, 31% is B2B in de kantoorinrichting, 26% in de kantoormachines. En bijna 13% geeft aan een B2B-onderneming te zijn in de automatisering en IT-dienstverlening. Opvallend is, dat zowel het aantal pure B2B-ondernemingen als het aantal pure consumentgerichte ondernemingen ieder een kwart van het totaal uitmaakt. De helft van de ondernemingen is dus een gemengde onderneming.

Hoeveel jaar bestaat uw onderneming al?
Het valt op dat de branche vrij veel 'oudere' ondernemingen heeft. Wellicht wordt dit veroorzaakt door de mogelijke aanwezigheid van veel familiebedrijven, waar continuïteit in de regel meer aandacht heeft. Het aantal hele jonge bedrijven (0 t/m 5 jaar) bedraagt 11%. Het wordt dus kennelijk aantrekkelijk gevonden om met een bedrijf te starten in deze branche. De grootste categorie is die van 21 t/m 50 jaar: 32%. En 7% van de ondernemingen is ouder dan 100 jaar!

Heeft uw bedrijf meer dan één vestiging?
Een zeer groot deel van de geïnterviewde ondernemingen (ca. 85%) heeft één vestiging.

Hoeveel vestigingen heeft uw onderneming?
Deze vraag is alleen ingevuld door die ondernemingen die bij de vorige vraag geantwoord hebben, dat zij meer dan één vestiging hebben. Van deze 15% heeft 80% 2-5 vestigingen. 13% geeft aan tussen de 5 en 10 vestigingen te hebben.

Zijn deze vestigingen in meerdere plaatsen gevestigd?
De meeste vestigingen zijn in meerdere plaatsen gevestigd. Opvallend is echter, dat een flink deel van de ondernemingen (bijna 30%) aangeeft in dezelfde plaats andere vestigingen te hebben. Niet duidelijk is of het hier om een zelfde soort vestiging gaat dan wel of de activiteiten gespreid zijn.

Indien u gebruik maakt van een winkel om uw producten te verkopen, hoe groot is uw winkelvloeroppervlakte?
De middenmoot (47%) zit hier van 100 t/m 300 m2. 13% geeft aan een winkel zonder vloeroppervlate te voeren. Betekent dit de opmars van de internetshop? Drop-shipment? Telefonische sales? Nader onderzoek op dit punt is zeker interessant.

Bent u aangesloten bij een inkoop- of franchiseorganisatie? 75% van de geïnterviewde ondernemingen zegt aangesloten te zijn bij een inkooporganisatie. Daarentegen geeft slechts 15% aan te zijn aangesloten bij een franchiseorganisatie.

Hoeveel personen zijn er werkzaam in uw onderneming?
Een duidelijke vraag weer; de meeste ondernemingen hebben weinig werknemers. Meer dan 50% geeft aan 1-5 werkzame personen te hebben. De sector is duidelijk voor een groot deel MKB. Dat zegt nog niets over de verdeling van de markt. De grote jongens en ook de bedrijven die kantoorvakhandel als bijverdienste hebben (HEMA, V&D) kunnen goed een significant deel van de markt opeisen. Het vermoeden bestaat ook dat dat zo is. Omgerekend naar voltijdbanen verandert het beeld niet. Bijna 70% heeft 1-5 voltijdbanen.

Hoeveel procent van uw werknemers werkt parttime?
Parttime is tussen 0 en 30 uur per week. Doel was om te weten te komen wat het percentage parttimers in de sector per bedrijf ongeveer is. De beantwoording geeft toch een vrij gevarieerd beeld, de groep fulltimers – dat wil zeggen 'weinig of geen parttimers'- is het grootst, maar verder zijn er toch veel parttimers te vinden in de sector. We zien dat het percentage parttimers per bedrijf aardig hoog is. Er is zelfs een aantal bedrijven dat volledig op parttimers draait.

Is het aantal FTE werknemers (dus omgerekend naar voltijdbanen) de afgelopen vijf jaar veranderd? Ongeveer de helft van de respondenten geeft hier aan dat er geen verandering is opgetreden tussen het aantal FTE werknemers. Ook de categorie die een daling of stijging aangeeft is vrijwel gelijk. Als trend zou een lichte daling geconcludeerd kunnen worden, die wellicht een verband heeft met de economische situatie vanaf 2000.

In welke omzetcategorie valt uw onderneming?
13% valt in de categorie tot € 250.000,-. De categorie tussen € 250.000,- en € 500.000,- wordt gevuld door een kwart van de deelnemers. Bijna 30% van de ondernemingen geeft aan in de categorie € 500.000,- tot €1.000.000,- te zitten. Een even groot aantal geeft dat aan voor de categorie € 1 mio - € 5 mio. De rest zit daarboven.
Wel moet opgemerkt worden dat niet met zekerheid vastgesteld kan worden of deze cijfers accuraat zijn. Juist die vragen die over de financiën gaan, worden als gevoelig ervaren en de mogelijkheid bestaat dat ondernemers een categorie hebben gekozen die niet de hunne is. Echter, de waarborg van anonimiteit en de wijze waarop de vraag is gesteld (omzetcategorieën) geeft ons de indruk dat de cijfers als redelijk betrouwbaar kunnen worden beschouwd.

Kunt u aangeven welk percentage van de omzet (100%) door de volgende kanalen werd verkocht?
De winkel is nog steeds het voornaamste verkoopkanaal (50%) gevolgd door fax, telefonische verkoop en email (15%) en daarna de vertegenwoordigers (iets meer dan 10%).
Het vermoeden was voor het onderzoek, dat het internet c.q. de website als verkoopkanaal redelijk hoog zou scoren, maar dat blijkt voor amper 5% van de omzet een gebruikt kanaal te zijn.

Hoeveel procent van uw afzet/distributie vindt plaats via 'drop shipment'.
Drop shipment, of het opnemen van een klantorder, deze plaatsen bij een leverancier die deze vervolgens ook bij de klant bezorgt, lijkt meer te gebeuren. Daarom was deze vraag opgenomen in het onderzoek. Ongeveer de helft van de ondernemers doet er niets aan Voor ongeveer 30% maakt het tot 5% van de omzet uit. De rest doet in meer of mindere mate aan drop shipment. Bijna 5% levert geheel of nagenoeg geheel in drop shipment.

Kunt u aangeven welke factoren uw omzet de laatste 5 jaar (2000-2005) gunstig of ongunstig hebben beïnvloed?
De economische situatie, de overheidMAATREGELEN en de binneNlandse concurrentie zijn de afgelopen vijf jaar de belangrijkste negatieve factoren geweest in de omzetontwikkeling in de kantoorvakhandel. De negatieve invloed van het internet wordt mogelijk zwaar overschat. De concurrentie van branchevreemde ondernemingen wordt als zwaar ervaren.

Bij deze vraag werden de factoren aangegeven en men kon per factor aangeven welke invloed dit heeft gehad:

• De economische situatie
• Overheidsmaatregelen / regelgeving
• Concurrentie uit het buitenland
• Concurrentie uit het binnenlandconcurrentie via internet
• Concurrentie door branchevreemde bedrijven
• Concurrentie van veilingsites

Het is niet verrassend dat tweederde van de bedrijven aangeeft dat de economische situatie in de afgelopen vijf jaar voor hen negatief of zelfs zeer negatief is geweest. Daar staat tegenover dat deze factor voor 15% van de ondernemingen gunstig is geweest. De rest is neutraal.
Ook de overheidsmaatregelen hebben een ongunstige werking gehad. Dat geeft althans 40% aan. Iets meer dan de helft is neuraal op dit punt. Er zijn nauwelijks ondernemers die aangeven een positieve invloed te ondervinden van de overheidsmaatregelen. Het zou interessant zijn naar dit punt een diepteonderzoek in te stellen. Welke maatregelen zijn dan negatief geweest en wat kan Novaka ondernemen om daar verbetering in aan te brengen? Concurrentie uit het buitenland niet als een erge bedreiging gezien. 84% is neutraal op dit punt. Bijna 15 % ondervindt een negatieve invloed.
De binnenlandse concurrentie daarentegen is veel moordender. Het aantal ‘neutralen’ daalt ten opzichte van het vorige punt tot de helft en bijna 50% ondervindt een negatieve invloed van de binnenlandse concurrentie. De factor concurrentie via internet geeft merkwaardige maar ook interessante uitkomsten. Het internet wordt door een grote groep ondernemingen als bedreigend ervaren. 55% geeft aan hiervan negatieve invloed te ondervinden. Op zich komt dat overeen met het idee, dat wij hadden voor het onderzoek. Maar uit de antwoorden op de vraag naar de omzetkanalen blijkt dat amper 5% van de omzet via internet wordt gerealiseerd! Dat is dus vreemd. De vraag dringt zich op, of internet niet te zeer in de beleving van de ondernemers als negatief wordt ervaren, terwijl dat in werkelijkheid reuze meevalt. Praten we elkaar niet iets aan? De concurrentie door branchevreemde bedrijven wordt als nog bedreigender ervaren. 60% van de ondernemingen is hier negatief, terwijl bijna 40% neutraal is. Hieronder vallen ondernemingen als HEMA, V&D en dergelijke. Deze ondernemingen verkopen kantoorartikelen als onderdeel van het grotere assortiment. Kennelijk wordt daar veel omzet mee weggetrokken worden? Of is dit ook maar een gevoel?
De concurrentie van veilingsites wordt als zodanig niet of misschien in lichte mate als negatief ervaren. Voor 83% van de ondernemingen is deze factor neutraal; voor 15% negatief. Het gaat dan waarschijnlijk vooral om grotere kantoorbenodigdheden die men via sites als speurders.nl en marktplaats.nl particulier voor een zacht prijsje kan overnemen.

Wat is uw omzet in Euro's over 2005 in de volgende productgroepen?
De onderzoeksresultaten bij deze vraag lijken nogal vreemd. Ondernemingen in de tak Automatisering en IT dienstverlening zouden een gemiddelde omzet van € 17.000.000,- hebben behaald (verreweg de hoogste gemiddelde omzet van alle categorieën) en zouden de categorieën in de detailhandel erg achter blijven. Dit zou natuurlijk goed mogelijk kunnen zijn als er een software gigant tussen de respondenten had gezeten. Wij denken echter dat hier wat anders gebeurd is. Het gros van de respondenten heeft een ‘normale’ waarde aangegeven, althans geen extreme waarde. Dit kan enkele oorzaken hebben. Waarschijnlijk hebben diegenen die wel extreem geantwoord hebben of de vraag niet goed begrepen (de bedragen zijn maal duizend), hebben niet goed willen antwoorden (het is tenslotte gevoelige materie; veel ondernemingen hebben aangegeven geen omzetcijfers te willen overhandigen), of zijn inderdaad een enorm bedrijf met grote omzet. Door de waarborg van anonimiteit kunnen wij dit niet verifiëren. Wij denken echter dat het voornamelijk gaat om ondernemingen die hun volledige omzet en niet hun omzet gedeeld door 1000 hebben opgegeven. Daarnaast hebben enkele ondernemingen wellicht een extreme waarde opgegeven. Wij hebben er op grond van deze omstandigheden voor gekozen de antwoorden bij deze vraag nu niet te publiceren. Veel ondernemingen zijn niet geneigd hun omzetgegevens ter beschikking te stellen. De betrouwbaarheid van welke data dan ook kan dan ook niet gegarandeerd worden.

Hoe ontwikkelde de omzet zich het afgelopen jaar (2005) in de volgende productgroepen?
Bij deze vraag werden de volgende productgroepen aangegeven:
- detailhandel kantoorvakhandel
- detailhandel hobbyartikelen / tabak en loterij / tijdschriften / wenskaarten
- business-to-business kantoorvakhandel
- business-to-business kantoorinrichting
- business-to-business kantoormachines
- business-to-business automatisering en IT dienstverlening

28% van de ondernemingen in de productgroep detailhandel kantoorvakhandel zag de omzet in 2005 dalen. Bij de helft van de ondernemingen bleef de omzet gelijk. Bij bijna een kwart steeg de omzet; bij 5% zelfs meer dan 10%.

Voor de productgroep detailhandel hobbyartikelen / tabak en loterij / tijdschriften / wenskaarten gelden de volgende cijfers: 50% heeft een glijkblijvende omzet, 23% heeft een dalende omzet en iets meer dan 27% zag de omzet stijgen.

Bij de productgroep business-to-business kantoorvakhandel zien we het volgende beeld: 37,5% had een glijkblijvende omzet; 32% had een dalende omzet en 30% zag de omzet stijgen. Een derde van die laatste groep had zelfs een omzetstijging van meer dan 10%.

In de productgroep business-to-business kantoorinrichting gaf 2005een omzetdaling bij 26% van de ondernemingen. 33% had een gelijkblijvende omzet. Bij 31% steeg de omzet. Een gelijkmatig verdeeld beeld dus.

In de productgroep business-to-business kantoormachines geeft 28% aan dat de omzet in 2005 is gedaald. Bij 41% bleef de omzet gelijk en bij 31% steeg de omzet.

In de productgroep business-to-business automatisewring en IT dienstverlening tenslotte is het beeld wat anders: bij bijna 60% bleef de omzet gelijk; 23% had een dalende omzet en 19% een stijgende.

Hoe ontwikkelde de totale omzet van uw onderneming in de afgelopen vijf jaar, telkens ten opzichte van het daaraan voorafgaande jaar?
Zonder ondernemingen naar hun directe omzetten te vragen is het wel mogelijk inzicht te verkrijgen in de omzet tendens van de ondernemingen en daarmee in de trends in de markt als geheel. Opvallend is dat de negatieve invloed van de verslechterende economische omstandigheden vanaf 2000-2001 pas hun werking schijnen te verkrijgen vanaf het boekjaar 2003. In 2005 wordt als totaal alweer een positieve omzetontwikkeling gepresenteerd, dwz. omzetgroei. Wanneer men vraag 17 in beschouwing neemt zou men kunnen concluderen dat de economische omstandigheden en in mindere mate overheidsregelgeving de daling van de omzet in de jaren 2003 en 2004 voor zijn rekening neemt. De branche als geheel –wanneer we de ontvangen data zouden mogen extrapoleren naar de gehele populatie- heeft de ‘crisisjaren’ 2000-2005 goed doorstaan. Slechts 2 jaar heeft men een omzetdaling gezien, in 2005 diende herstel zich alweer aan. Hierbij moet wel bedacht worden dat in de enquête om begrijpelijke redenen geen ondernemingen zijn bevraagd, die in die periode failliet zijn gegaan.

De jaren op rij:
- 2001 was ten opzichte van 2000 een goed jaar; de omzet steeg behoorlijk, 11,3% geeft zelfs een stijging aan van meer dan 10% over dat boekjaar.
- In het jaar 2002 gaat het ten opzichte van 2001 ook nog erg goed. Een op de 10 ondernemingen geeft een stijging van de omzet van meer dan 10% aan. Wel is er een hoger percentage ondernemingen dat een daling van de omzet constateert.
- In 2003 slaat groei om in een daling; 35% van de ondernemingen spreekt van een daling van de omzet tegen 28% een stijging. Toch is dit verschil maar 7%.
- In 2004 bereikt de recessie zijn hoogtepunt; 37% van de ondernemingen heeft een dalende omzet. Bijna 1 op de 10 ziet een daling van meer dan 10%. Ook hier echter geeft bijna 27% van de ondernemers een stijging van de omzet aan. Dit verschil van 10% is de grootste discrepantie die men zal zien want in 2005 gaat alles weer de goede kant op.
- In 2005 geeft 30% van de ondernemers alsnog een daling aan; nagenoeg 40% echter ziet zijn omzet stijgen, 12% zelfs meer dan 10%. De crisis lijkt daarmee overwonnen voor het moment.

Wat was de winst vóór belastingen (incidentele kosten en baten niet meegerekend) als percentage van de omzet van uw onderneming in de afgelopen vijf jaar?
De uitkomsten op deze vraag geven een wel erg afwijkend beeld van wat men zou verwachten. Het zijn zeer onrealistische resultaten. We hebben hier te maken met een bijna onoverkoombaar probleem; zelfs na nadrukkelijk – tijdens het onderzoek, telefonisch, per mail en in de vragenlijst - de anonimiteit van elke respondent te hebben benadrukt en te hebben verzocht de vraag over te slaan wanneer men deze niet wilde beantwoorden, zijn er respondenten geweest die waardes hebben aangegeven die onmogelijk zijn. Deze vraag was de enige in het gehele interview die men niet hoefde te beantwoorden; terwijl men bij de andere vragen een foutmelding kreeg, was het hier mogelijk niets of “0” in te vullen en door te gaan naar de volgende vraag. Dit, om te proberen toch een zo hoog mogelijk percentage betrouwbare uitkomsten te genereren. Immers, diegenen die wel antwoordden hadden dan klaarblijkelijk geen reden om geheimzinnig over hun winstcijfers te doen en daarnaast, anonimiteit van elke respondent is gegarandeerd. Ook is het geven van negatieve winstcijfers niet prettig, daarom hebben wij ook gevraagd “0” aan te geven wanneer de onderneming een negatief resultaat geboekt heeft. Veel ondernemers hebben niets ingevuld, wij zouden hier “0” kunnen invullen maar omdat dit ook een negatief resultaat zou kunnen zijn hebben wij daarvan afgezien. Wellicht was het beter geweest toch naar negatieve waardes te vragen om beter inzicht te krijgen in de totalen; het effect hiervan is te betwijfelen door de mogelijke terughoudendheid van ondernemers een dergelijk confronterende ‘kijk in de keuken’ te geven.
Wij hebben er daarom helaas voor moeten kiezen de data van deze vraag nu niet te publiceren.

Kunt u in procenten aangeven hoe uw kosten verdeeld zijn over de volgende hoofdcategorieën?
Deze vraag handelt over de kosten van de ondernemingen, waarbij is gekozen voor drie grote posten en een overheadpost om administratieve en dergelijke zaken te begrootten. Ook is er een optie anders voor die kosten die de respondenten niet elders konden indelen.
De uitkomsten geven een natuurgetrouw beeld van de onderlinge verdeling van deze kosten voor alle respondenten als geheel. Hier komt uit naar voren dat inkoop de grootste post is (35%) met daarna de personeelskosten (25%). Huisvestingskosten maken 15% uit en overheadkosten 10%. Geen verrassende uitkomst dus, maar de percentages zijn interessant.

In welke mate is uw afzet gericht op business-to-business en business-to-consumer?
Onze nieuwsgierigheid ging uit naar de mate waarin de afzet gericht was op consumenten (business-to-consumer) of op het bedrijfsleven (business-to-business). Het levert een verassend gelijke verdeling op. 25% zit voor 100% in business en 25% zit helemaal in de consumenten. Dat is de helft van de populatie. De andere helft zit in een of andere mengvorm. Er is een licht hogere nadruk op afzet gericht op consumenten. Wij hebben dus een gemêleerd gezelschap benaderd en dat bevordert alleen maar de reikwijdte van het onderzoek.

Wat is de verdeling van uw omzet in procenten over de volgende categorieën? Detailhandel kantoorvakhandel: 42%
Business-tobusiness kantoorvakhandel: 19%
Business-to-business kantoorinrichting: 13%
Detailhandel hobbyartikelen e.d.: 9%
Business-to-business kantoormachines: 7%
Business-to-business automatisering en IT dienstverlening: 5% (Zie ook de resultaten bij de tweede vraag van dit onderzoek.)

Wordt het assortiment van uw onderneming de komende tijd uitgebreid of zoekt de onderneming juist specialisatie als speerpunt?
Deze vraag geeft een gevarieerd beeld. Ongeveer de helft van de respondenten is niet van plan zijn assortiment te veranderen of weet het niet. Een kleine 30% zoekt omzetverbetering in een uitbreiding van het assortiment, terwijl ongeveer 23% wil specialiseren. Dit geeft aan dat bijna de helft van de ondernemingen ‘zoekende’ is naar een nieuwe formule.

Overweegt u zich in de nabije toekomst bij een inkooporganisatie aan te sluiten?
Een frappant resultaat wanneer men overweegt dat eerder in het onderzoek 75% aangaf bij een inkooporganisatie aangesloten te zijn. Nu geeft tweederde van de ondernemingen aan reeds aangesloten te zijn bij een inkooporganisatie. De andere eenderde zal zich niet aansluiten. Slechts een enkeling geeft aan dat wel te overwegen.

Overweegt u zich in de nabije toekomst bij een franchiseorganisatie aan te sluiten?
De animo voor franchise is gering. Slechts 4% overweegt dit.

Overweegt u uw bedrijf in de nabije toekomst te vergroten door vestiging van nieuwe filialen?
Het vestigen van nieuwe filialen ambieert 14% van de respondenten. Ongeveer eenzelfde percentage overweegt dit, terwijl de resterende 70% dit niet wil.

Overweegt u uw bedrijf in de nabije toekomst te vergroten door overnames?
Het vergoten van de schaal door overnames ambieert 8% van de respondenten, 19% overweegt dit, terwijl 73% hier niet mee bezig is.

Overweegt u in de nabije toekomst meer mensen aan te nemen?
Precies de helft van de respondenten denkt geen nieuwe mensen aan te nemen., terwijl de andere helft hier of over nadenkt (25%) of van plan is dit te doen (25%). Concluderend kan men stellen dat er positief over de toekomst wordt gedacht.

16 december 2006

  • Pagina afdrukken
  • Vorige pagina

 

Pagina per e-mail verzenden

Vul onderstaand formulier in om uw deze pagina per e-mail naar uw kennis of collega te sturen.

Gegevens vriend(in)   Uw gegevens  
* Verplichte velden

Inloggen

  Wachtwoord vergeten?
 
 

Archief 2008

Selecteer maand

  • mei

Selecteer jaartal

  • 2011
  • 2009
  • 2008
 
 
  • Adverteren?   |  
  • Powered by connect   |  
  • Contact   |  
  • Disclaimer   |  
  • Privacy   |  
  • Sitemap